Historisch overzicht fADA tot 2003
Inleiding
Rwanda ligt vlak ten zuiden van de evenaar in centraal Afrika.
Het is een land ter grootte van België en het behoort tot de armste
landen ter wereld.
Omstreeks 1985 heeft een Nederlandse afdeling
van de Lion's Club twee cabines van de voormalige jeugdtandzorg
van Utrecht, compleet met tandheelkundige behandelapparatuur en instrumentarium,
op het terrein van een verloskundig streekziekenhuis in Nyundo
in het uiterste noordwesten van Rwanda geplaatst, vlakbij de grens met
het toenmalige Zaďre
(nu Congo).
In Rwanda is geen (universitaire) opleiding tot
tandarts. Aan de universiteit van Butare bestaat de niet-universitaire
opleiding tot assistent médicale. Extracties van gebitselementen worden
in Rwanda vaak door traditionele genezers, met een zeer beperkte
kennis op dit vakgebied, uitgevoerd waarbij (dodelijke) complicaties op
kunnen treden.
Veel tandheelkundige ontstekingen blijven noodgedwongen
onbehandeld. De onbehandelde ontstekingen leiden altijd tot verminderde
weerstand, maar soms ook tot ziekte, bloedvergiftiging en tenslotte de
dood. Bij kinderen in de leeftijdscategorie van 2 tot 12 jaar treden vaak
ernstige tandvleesontstekingen op, waarbij het onderliggende kaakbot afsterft.
Deze kinderen krijgen hoge koorts, kunnen niet meer eten vanwege de pijn,
en raken ondervoed. Een deel van deze kinderen sterft tengevolge van de
fatale combinatie infectie en ondervoeding. Juist bij zeer jonge kinderen -
vanaf 2 jaar - kent de tandvleesinfectie een dramatisch verloop; waarschijnlijk
vanwege de slechte voedingstoestand en de beperkte reserves
waarover een kind van die leeftijd beschikt. Bij volwassenen
komen ernstige infecties voor tengevolge van abcessen uitgaande van gefractureerde,
door cariës
aangetaste, of niet volledig doorgebroken gebitselementen.
De abcessen in de mondholte kunnen leiden tot enorme zwellingen
die de ademweg gedeeltelijk afsluiten, alsmede tot bloedvergiftigingen.
Omdat ze niet behandeld worden, leiden ook deze infecties bij volwassenen
niet zelden tot de dood.
Ook aanvankelijk eenvoudig te behandelen tandvleesontstekingen
bij volwassenen kunnen zich uitbreiden tot abcessen van het
onderliggende kaakbot. Tenslotte zijn er allerlei infectieziekten, zoals
cholera, malaria en AIDS, die de algemene weerstand verminderen, waardoor
de gevoeligheid voor tandheelkundige infecties toeneemt. Dat is het moment
waarop sluimerende infecties ontaarden.
Ondanks de hierboven beschreven
tandheelkundige problematiek bleven de goed geoutilleerde behandelcabines
in Nyundo vanaf 1985 ongebruikt staan.
fADA, fondation Aide Dentaire Afrique
De Nederlandse stichting FADA werd in 1990 opgericht met een tweevoudige doelstelling:
- het verbeteren van de gezondheidstoestand van de Rwandese bevolking door directe medisch-tandheelkundige hulpverlening.
- het opzetten en onderhouden van een tandheelkundige opleiding voor Rwandese assistentes médicales.
De stichting heeft een curriculum opgezet, waarin Rwandese assistentes médicales leren om gebitsextracties en
ontstekingsbehandelingen op een medisch verantwoorde wijze uit te voeren. De opleiding is praktisch georiënteerd:
de opleidingskliniek doet dienst als regionale tandheelkundige eerste hulppost.
fADA heeft de opleiding in 1990 in de twee behandelcabines
in Nyundo gevestigd. Het curriculum voorziet in doorstroming:
door fADA opgeleide assistentes médicales geven onderwijs aan studenten
die pas aan de opleiding zijn begonnen. Tevens worden door
de stichting tandarts-assistentes opgeleid en bij de behandelingen ingezet.
De tandarts Arnold Daems werd in 1990 belast met de opzet en
uitvoering van de tandheelkundige opleiding van fADA. Daarbij
kreeg Daems de zorg voor de installatie en het onderhoud van
de tandheelkundige apparatuur. Zijn vrouw Liesbeth nam alle
administratieve werkzaamheden op zich; zij onderhield tevens de contacten
met de officiële
instanties van Rwanda.
Het echtpaar Daems vond onderdak in een huis bij de brouwerij van Heineken, vlakbij de grensstad Gisenyi, op circa
15 km. afstand van de opleidingskliniek.
Genocide en de jaren erna
In april 1994 kwam een al vele jaren slepend conflict tussen twee bevolkingsgroepen van Rwanda, de Hutu's en de
Tutsi's, tot een uitbarsting. Tijdens de genocide verloren binnen enkele maanden meer dan een miljoen mensen het leven.
Daems en zijn vrouw werden via het buurland Burundi geëvacueerd. In oktober 1994 hervatten zij hun werkzaamheden:
zij troffen de opleidingskliniek en hun woonhuis geplunderd aan. Toch werden binnen enkele weken de eerste patiënten al
weer in Nyundo behandeld en werd de opleiding vol goede moed voortgezet.
In de eerste maanden van 1996 kwam een Nederlandse tandarts, Tom van der Colk, naar de opleidingskliniek van Nyundo.
Hij gaf les in de opleidingskliniek van fADA en ontwikkelde het onderwijs in gecompliceerde ontstekingsbehandelingen.
Gedurende die maanden was Daems in staat om in Kigali een kleine dependance-kliniek in te richten. Tevens werd een
behandelkamer in het provincieziekenhuis van Gisenyi door fADA van een complete tandheelkundige installatie voorzien.
Evacuatie
Vanaf 1996 vonden steeds vaker infiltraties van militante Interhamwe (de daders van de genocide) vanuit het
nabijgelegen vluchtelingenkamp in Goma in het naburige Zaďre plaats. Ongelukkigerwijs ontwikkelde het uiterste
noordwesten van Rwanda - het gebied rond Gisenyi en Nyundo - zich tot het epicentrum van een zich sluipenderwijs
uitbreidende burgeroorlog.
Halverwege 1997 moesten Daems en zijn vrouw hun woonhuis opnieuw ontvluchten; zij vonden onderdak in de kleine
dependance die fADA inmiddels in de hoofdstad Kigali had ingericht.
Longin Rudasingwa, die als eerste assistent médicale door fADA in Nyundo was opgeleid, verloor tijdens de genocide
in 1994 vrijwel zijn hele familie. Omdat de situatie voor Longin zelf ook onzeker was, liet Daems hem enkele maanden
naar Nederland komen. In 1996 vond Longin werk in de dependance van fADA in Kigali.
Toen de veiligheidssituatie op het platteland rond Nyundo verder verslechterde, werd Pétronille Uwimana, eveneens
door fADA opgeleid, in 1999 ondergebracht in de kleine behandelkamer van het provincieziekenhuis in Gisenyi. Medio 2000
is zij ook naar de hoofdstad gekomen: tengevolge van de onveiligheid in de streek kwamen er nog nauwelijks patiënten
naar het ziekenhuis van Gisenyi. Espérance Uwimilla, eveneens door fADA opgeleid, vond in 1999 werk in een privé-kliniek
in Gisenyi.
Eind 1998, toen een van de tandarts-assistentes van fADA bij een aanval door Hutu-extremisten werd vermoord, is
besloten om de opleidingskliniek in Nyundo te sluiten.
Hulpverlening in Kigali
De kleine dependance van fADA in Kigali was gevestigd in een huurhuis en was ongeschikt als opleidingskliniek. Omdat
alle buitenlandse hulporganisaties zich wegens de toenemende onveiligheid op het platteland hadden teruggetrokken in de
hoofdstad, schoten de huren omhoog. Daarbij is in Rwanda het begrip huurbescherming onbekend. Een onevenredig groot deel
van het budget van de stichting ging op aan huurkosten, zonder dat daar enige zekerheid over de continuďteit tegenover
stond.
Op een terrein aan de rand van de hoofdstad Kigali is de stichting in 1998 gestart met de bouw van een nieuwe
opleidingskliniek. Het ontwerp van de kliniek is van de hand van Arnold Daems. Zodra de bouw is voltooid, kan de kliniek
met de apparatuur uit Nyundo worden ingericht en kan de tandheelkundige opleiding van fADA worden hervat.
Het echtpaar Daems heeft ruim een jaar in de kleine dependance in Kigali tussen de apparatuur en materialen
gebivakkeerd - in afwachting van een mogelijke terugkeer naar Nyundo en Gisenyi. Dit was de periode, waarin Daems zijn
ontwerp voor de opleidingskliniek heeft uitgewerkt. Omdat de veiligheidssituatie in het noordwesten van Rwanda niet
verbeterde -- waardoor zij hun woonhuis definitief op moesten geven -- hebben zij zich eind 1998 in Frankrijk gevestigd.
Desondanks is Daems in 1999 en in 2001 gedurende enkele maanden in Rwanda geweest om lopende zaken rond de nieuwbouw
van de kliniek te coördineren en om medische en tandheelkundige materialen in te voeren ten behoeve van de werkzame
medisch assistenten en tandartsen.
Medio 2002 is de dependance in Kigali wegens de hoge huurlasten afgestoten. Petronille is nog steeds tandheelkundig
werkzaam in de hoofdstad, terwijl Longin zich nu bezig houdt met de organisatie van en het toezicht op de bouw van de
nieuwe kliniek.
Stroomversnelling
De bouw van de opleidingskliniek kwam halverwege het jaar 2002
in een stroomversnelling: fADA kreeg steun van Cordaid en van stichting
PAN. Kort tevoren had de Nederlandse stichting DHIN een gereviseerde tandheelkundige
behandelinstallatie ter beschikking gesteld aan fADA.
Vervolgens organiseerde een werkgroep van patiënten uit de Haagse tandartspraktijk van Tom van der Colk in juni een
benefietavond voor de bouw van de kliniek van fADA; deze actie, genaamd "Patiënten voor Patiënten", kreeg steun van de
Wilde Ganzen.
In oktober 2002 vierde het Sint Bonifaciuscollege in Utrecht, een middelbare school voor HAVO en VWO, zijn lustrum.
De 1300 leerlingen van de school organiseerden een sponsoractie voor het nieuwbouwproject van fADA. Ook deze actie werd
ondersteund door de Wilde Ganzen.
Mede dankzij deze bijdragen is het waarschijnlijk dat de nieuwe kliniek in de zomer van 2003 zal zijn afgebouwd en
ingericht.
Buiten de geldeconomie
Het grootste deel van de bevolking van Rwanda leeft op het platteland buiten de geldeconomie. Zij voorzien in hun
levensonderhoud door hun eigen gewassen te verbouwen op het kleine stukje grond rondom hun huis. Het huis heeft lemen
muren en het dak bestaat uit bananenbladeren of golfplaat. Er is geen waterleiding of elektriciteit. Als de oogst heel
goed is, kunnen zij wat groente of fruit verkopen op de markt. Van de opbrengst wordt kleding gekocht, en zo mogelijk
kan een van de kinderen naar de lagere school.
Zodoende heeft het grootste deel van de bevolking geen geld voor medische verzorging. Dit is een van de belangrijkste
oorzaken van de hoge kindersterfte in Rwanda, en van de lage levensverwachting. De gemiddelde levensverwachting in Rwanda
is net iets meer dan 45 jaar.
Op de zeven miljoen inwoners van Rwanda zijn er slechts 5 tandartsen, die allen aan universiteiten in het buitenland
zijn opgeleid. De 5 tandartsen hebben hun praktijk in de hoofdstad, en het is voor hen niet mogelijk om de allerarmsten
te behandelen. Alle medische materialen (injectievloeistoffen, naalden, handschoenen, mondmaskers, instrumenten,
antibiotica etc.) moeten vanuit westerse landen worden geďmporteerd en zijn vanwege de transportkosten duurder dan in
Nederland. De hulpverlening van fADA richt zich juist op de allerarmsten: voor hen is de behandeling kosteloos.
Opleiding medisch assistenten
Het is duidelijk dat er op korte termijn een groot aantal medisch assistenten moet worden opgeleid. Halverwege 2003
wil fADA het opleidingsprogramma voor medisch assistenten opnieuw opstarten. Longin en Pétronille zullen opnieuw
patiënten gaan behandelen en les gaan geven aan twee nieuwe medisch assistenten. Daarnaast zullen Nederlandse tandartsen
de kliniek periodiek bezoeken om les te geven en het opleidingsprogramma verder te ontwikkelen.
|